AI

Kunstmatige Intelligentie (AI) ontwikkelingen gaan supersnel. Het begon met “leuke tools om mails mee te schrijven” en het ontwikkelt zich naar een fundamentele herinrichting van kenniswerk. De ontwikkelingen gaan harder dan ik een jaar geleden voor mogelijk hield. Geeuw.

AI tools zijn inmiddels geen systemen meer die enkel tekst genereren, het zijn autonome AI-agents geworden met een abstracte intelligentie die het menselijk gemiddelde ver overstijgt. Onderzoekers ramen de cognitieve capaciteiten van de nieuwste generatie AI inmiddels op een IQ-equivalent van 145 en dat gaat de komende jaren verder oplopen. Het is natuurlijk speculeren, maar ik sluit niet uit dat rond 2030 AI de menselijke prestaties op alle cognitieve vaardigheden kan evenaren. En daarmee menselijke experts op vrijwel alle vormen van redeneren kan overtreffen en daarmee alle professionele digitale taken autonoom kan uitvoeren.

Ik vraag me af wat een ‘ver bovengemiddeld intelligente’ digitale collega voor organisaties gaat betekenen.

De paradox van de superintelligente stagiair

Een AI met een theoretisch IQ dat bijvoorbeeld boven de 200 ligt, kan patronen en verbanden leggen in datasets die voor een menselijk-biologisch brein simpelweg te groot of te complex zijn. Wat betekent dat bijvoorbeeld voor de arbeidsrechtelijke wereld? AI kan straks duizenden pagina’s aan jurisprudentie doorgronden en binnen enkele seconden een hyper-gepersonaliseerd verweerschrift voor een kantonrechter ontwerpen dat rekening houdt met de kleinste details.

Wordt de arbeidsjurist of HR-specialist als klassieke kenniswerker hierdoor overbodig? Ik denk het niet, maar de rol verandert waarschijnlijk wel fundamenteel.

De traditionele kenniswerker die puur wordt ingehuurd op basis van parate kennis en het handmatig produceren van documenten of analyses, heeft straks minder te doen. Hij zal plaatsmaken voor slimme AI-agents. De professional die transformeert van ‘maker’ naar ‘regisseur’ heeft waarschijnlijk nog wel een toekomst. Specifiek betekent dat die regisseur nieuwe kritieke competenties zal moeten beheersen. Ik heb AI maar eens gevraagd wat dat concreet betekent:

De uitvoerder wordt de architect: U schrijft niet meer zelf het eerste concept van een contract of beleidsstuk; U formuleert de strategische kaders en zet een zwerm AI-agents aan het werk om de scenario’s uit te rekenen.

De feitenkenner wordt de valideerder: Uw waarde zit niet meer in het onthouden van kennis, maar in het beoordelen of de AI-oplossing past binnen de maatschappelijke realiteit en de ethische normen van Uw bedrijf.

De ‘Human Connection’ als Core Business: Juist wanneer de harde data en de documenten commodities worden, verschuift de focus naar wat écht het verschil maakt: empathie, verbinding, onderhandelingsvaardigheid en het managen van emoties aan de overlegtafel. Die skills worden de onderscheidende factor.

Moraal van het verhaal: AI wordt steeds krachtiger, maar AI krijgt pas echt toegevoegde waarde als de menselijke competenties AI gaan aanvullen. Ik denk dat AI het werk van de kenniswerker nooit helemaal zal kunnen vervangen. AI mist namelijk de natuurlijke voeling en connectie met menselijke emotie, cultuur en de interne dynamiek van de werkvloer. In de praktijk gedraagt een hoogintelligent AI-model zich nog vaak als een geniale, wat sociaal onhandige stagiair. De output is technisch en juridisch indrukwekkend, maar het mist de menselijke nuance en het vereist constante supervisie. Zet je het koud in, dan landt het vaak niet. Ik sprak laatst een rechter die aangaf dat hij direct door een puur door AI gegenereerd verweerschrift heen prikt als de specifieke, menselijke onderbouwing en human touch ontbreken. Ik vermoed dat dit ook in de toekomst het geval zal zijn.

Kortom, AI gaat zeker veel impact hebben, maar mensen blijven een onmisbare schakel om AI en haar resultaten ook goed te vertalen naar en in te passen in onze menselijke omgeving.

We gaan het zien.